
Wet behoud scheepsruimte 1939
Artikel 7
1
Met de opsporing van de bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de overeenkomstige wetsbepalingen van de Nederlandse Antillen en van Aruba, belast:
a
de officieren der Koninklijke Marine, behoorende tot het Korps zeeofficieren, en, voorzoover zij in werkelijken dienst zijn, de tot dit Korps behoorende officieren der Koninklijke Marine Reserve;
b
de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie en de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en van Rijkswaterstaat;
c
de ambtenaren der Invoerrechten en Accijnzen;
d
de Nederlandsche consulaire ambtenaren;
e
de ambtenaren in de overzeesche gebiedsdeelen, die daartoe door de overzeesche overheden worden aangewezen.
2
Processen-verbaal opgemaakt door een ambtenaar, als onder d of e genoemd, gelden als wettig bewijsmiddel, mits zij bevestigd worden door zijn daarin opgenomen schriftelijken eed (belofte).
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.